Een leercultuur ontwikkelen? 4 manieren om nieuwsgierigheid aan te moedigen

Het kan uitdagend zijn om nieuwsgierigheid aan te moedigen op het werk. Veel leiders vermijden het zelfs. Zonde, want het is goed voor de leercultuur. Bovendien helpt nieuwsgierigheid organisaties om soepeler samen te werken, sneller te innoveren, en betere beslissingen te nemen.

Hoogste tijd om een cultuur van verwonderen, vragen en leren te ontwikkelen. Maar hoe?

Dit stuk verscheen in september 2018 op Teamplayer, het blog van Teamwise.

Een growth mindset helpt, ook in onzekere tijden

Het zit ‘m in een growth mindset, schrijft John Estafounos op The Startup. “Het begint met constant willen leren en open staan voor nieuwe ideeën.” Hij noemt dat de sleutel naar betere prestaties en meer veerkracht, een belangrijke eigenschap voor sterke teams. Met veerkracht doelt hij op de vaardigheid om met tegenslagen om te gaan, ervan te leren en zo slimmer verder te werken.

Nieuwsgierigheid is de drijvende kracht achter een growth mindset. En belangrijker op je werk dan je misschien zou vermoeden, schrijft professor Francesca Gino (Harvard Business School) in de Harvard Business Review. Een bekende naam hier op Teamplayer: een tijdje terug bespraken we haar onderzoek naar de rol van reflectie in een lerende organisatie.

Het stimuleren van nieuwsgierigheid helpt leiders en medewerkers om zich aan te passen aan onzekere of veranderende omstandigheden, schrijft zij. “Als onze nieuwsgierigheid wordt getriggerd, denken we dieper na over onze beslissingen en verzinnen we creatievere oplossingen.”

Betere besluitvorming, soepelere samenwerking

Dat geldt voor iedere sector en ieder type werk, stelt Gino. En toch: “Hoewel veel leidinggevenden zeggen dat ze nieuwsgierige geesten koesteren, onderdrukken de meesten nieuwsgierigheid juist, omdat ze bang zijn voor bijvoorbeeld inefficiëntie. In een enquête die ik afnam onder ruim 3000 professionals gaf maar 24% aan dat ze zich regelmatig nieuwsgierig opstellen op hun werk, en ongeveer 70% zei dat ze drempels ervaren om meer vragen te stellen.”

En dat terwijl de voordelen van nieuwsgierigheid zo groot zijn, vertelt Gino: recent onderzoek laat zien dat nieuwsgierigheid leidt tot minder foutieve besluitvorming (er worden meer alternatieven gevonden en doorgenomen) en minder conflict in de onderlinge samenwerking (het wordt makkelijker om je te verplaatsen in andere perspectieven).

Wat kun je dan doen om die drempels weg te nemen, nieuwsgierigheid aan te moedigen, en zo de leercultuur in je organisatie te versterken? De tips die John Estafounos geeft op The Startup en Francesca Gino op HBR smelten samen in dit lijstje.

4 tips om een growth mindset aan te moedigen

1) Laat je eigen nieuwsgierigheid zien

Eerst en vooral gaat het om voorbeeldgedrag. Laat als leidinggevende (of, vooral, leider) zien dat je nieuwsgierig bent en jezelf blijft ontwikkelen. Zo maak je duidelijk dat vragen stellen en verder denken oké is: je creëert de nodige veiligheid.

“Leiders zijn geneigd te denken dat er duidelijkheid en antwoorden van hun wordt verwacht, niet vragen,” schrijft Gino. “Mijn onderzoek laat zien dat die aannames onterecht zijn.”

Je kunt juist nieuwsgierigheid laten zien door het gewoon te zeggen als je iets niet weet, zegt ze. Het is goed om je simpelweg iets af te vragen. Daar komt bij, zegt Gino: “Als we laten zien dat we nieuwsgierig zijn naar iets of iemand, gaan mensen ons als competenter beschouwen. Door vragen te stellen, moedigen we meer nieuwe connecties en creatieve uitkomsten aan.”

2) Organiseer momenten waarop de vraagtekens door de lucht vliegen

Ook raadt Gino aan om specifieke bijeenkomsten of zelfs hele dagen te wijden aan bepaalde vragen.

Dat zag ze bij een bedrijf dat ze voor haar onderzoek bezocht: “Daar kregen alle medewerkers vragen als ‘Wat als…’ of ‘Hoe kunnen we…’ met betrekking tot de doelen en plannen van het bedrijf.”

Lees verder op Teamplayer om meer te ontdekken over het stimuleren van nieuwsgierigheid, het versterken van de leercultuur in je organisatie, en het werken in perpetual bèta.

Met dank aan Teamwise.

Interview – Decoratieschilder Barre Verkerke daagt je ogen uit

“Is het een ambacht of is het kunst? Er zit een dunne lijn tussen,” zegt Barre Verkerke (1983). Op zijn 16e begint hij als huisschilder. Zijn desinteresse is groot, tot hij een onderdeel van het vak leert kennen waar hij verliefd op wordt, en hij zich zich in razend tempo verder ontwikkelt. Kenners rekenen hem tot de internationale top van de decoratiewereld.

In zijn thuisbasis, Atelier het Raadhuis in ‘s-Heer Arendskerke, vertelt Barre over groei, het combineren van verschillende stijlen, en zijn plan om zich niet te specialiseren.

Dit stuk is verschenen in editie 6 van eej! magazine.

Stad van kristal

Tja, kunst of ambacht? “Dat is interessant aan mijn vak, dat daar altijd discussie over is. Die vraag kreeg ik al toen ik net voor mezelf was begonnen. Ik zweef er graag een beetje tussen. Mijn vader is kunstenaar en veel vrienden van mij ook, dus soms word ik meer naar de kunst toe getrokken. Maar het ambacht lijkt intussen in de vergetelheid te raken en dan ga ik me juist meer inzetten om het in leven te houden.”

“De vraag is ook wat kunst precies is. Soms lopen mensen langs mijn decoratiewerk en zeggen ze ‘dit vind ik nou kunst’. Ik denk dan vaak ‘nee, dit is gewoon decoratie, mijn vak’. Langzaam krijg ik duidelijker zicht op die tweedeling, ook dankzij discussies met anderen.”

Bijvoorbeeld bij het Internationale Salon van Decoratieschilders, een genootschap waar Barre sinds 2010 deel van uitmaakt. “Mijn werk valt daar soms een beetje buiten de boot. Een aantal jaar geleden was er een bijeenkomst in Tokyo. Toen had ik een kristal-imitatie gemaakt in de vorm van een stad, geïnspireerd door Tokyo. Ik zag die imitatie als decoratie. Anderen vonden het een kunstwerk, vanwege de gedachtegang erachter en de manier waarop het was gemaakt. We hadden de traditionele techniek gecombineerd met een 3D-printer, en 3D was daar nog niet echt gangbaar. Het was iets nieuws en dus blijkbaar kunst, omdat het in het ambacht gaat om herhaling, vaste technieken en doelmatig werken.”

Leren buffelen

Ooit begon Barre als huisschilder. “Ik was dat niet van plan. Ik wilde eigenlijk de muziek in, speelde al piano sinds ik klein was. Op mijn zestiende had ik geen idee wat ik wilde doen. Mijn broer was al huisschilder en die nam me weleens mee. Ik ben toen hetzelfde werk gaan doen. Ik vond er weinig aan, het plan was vooral om geld te verdienen voor een studio en dan verder te gaan met de muziek.”

“Als iets je inspireert, en je daar je best voor wil doen, dan wordt het pas echt leuk.”

“Intussen ging het niet heel goed op de schildersschool. Ik blowde weleens en iemand had dat tegen de docenten gezegd. Toen zei de school ‘je hebt geluk dat er toch nog één bedrijf is dat jou een stageplek wil bieden’. Als er geen stagebedrijf was overgebleven, was het einde verhaal geweest. Dat bedrijf heeft me toen neergezet als een goedkoop ventje dat lekker het ragwerk mag doen. Ik heb een jaar lang behang afgestoken in flats en zo. Dan is er weinig aan, maar ik heb wel leren buffelen.”

Hout en marmer imiteren

Na een tijdje maakte Barre kennis met decoratie. “Dat komt uit het huisschildersvak, maar ik had er geen idee van – tot ik een keer meedeed aan een cursus houtimitatie. Ik was meteen verkocht. Schuren wordt vaak gezien als iets vervelends, maar daar zag ik ineens wat voor moois je ermee kan maken, zeker als je het combineert met verfkennis. Ik dacht ‘er is dus wél iets leuks te doen’, ging me verder verdiepen in het huisschildersvak en toen vond ik het ineens prachtig. Als iets je inspireert, en je daar je best voor wil doen, dan wordt het pas echt leuk. Naast hout vond ik marmer-imitaties ook geweldig. Toen ben ik als het ware helemaal doorgeslagen in het decoratievak. Ik heb zestien jaar opleiding in tien jaar gepropt, terwijl het ooit dus bijna was afgelopen op school.”

In de rest van het interview gaat Barre Verkerke in op het combineren van traditionele en moderne technieken, kruisbestuiving tussen verschillende kunstvormen, en persoonlijke ontwikkeling: “Dat fascineert me het meest: dat je eigenlijk alles kan maken wat je wil. Zolang je maar van alles blijft proberen.”

Met dank aan Barre Verkerke en eej! magazine.