Blog

Je identiteit als kompas: de 4 pijlers van Brand Sanity

Weet je, als tekstschrijver gaat het mij steeds minder om het schrijven van die teksten. Het gaat me steeds meer om de overwegingen die erachter liggen.

Als je een duik neemt onder de oppervlakte van de d’s, t’s en spaties, kom je via vragen als wat gaan we zeggen, hoe zeggen we dat en waarom eigenlijk al gauw bij confronterende vragen uit. De diepte in: wie zijn wij, wat komen we hier doen, waar gaan we naartoe?

Vragen die vaak ontweken worden, of maar halfslachtig worden beantwoord. Dat zie je aan de weinig inspirerende missies op ‘Over ons’-pagina’s. En aan het feit dat veel medewerkers de missie van hun eigen organisatie niet kunnen benoemen. Maar ook aan het dalende vertrouwen van consumenten, las ik in een interessant boekje van Maarten Bakker.

Uit mijn interesse voor communicatie die ermee begint dat je naar binnen kijkt, kwam ik zijn bureau BVH Identity Driven Thinking tegen op LinkedIn. Laatst las ik het boekje dat Bakker erover schreef: ‘Brand Sanity: Hoe merken hun mentale gezondheid verloren – en hoe ze die weer kunnen terugwinnen’.

Worden je klanten naar de mond gepraat?

Met voorbeelden van onder andere Volkswagen en de PvdA legt Bakker uit hoe merken een symbool voor wantrouwen zijn geworden, terwijl ze vroeger voor vertrouwen stonden. Hij noemt een merk ‘een spiegel van de ziel van het bedrijf’. “Dat zoveel mensen merken tegenwoordig eerder als een symbool van wantrouwen dan als symbool van vertrouwen zien, is een indicatie van wat er is misgegaan: de ziel van veel bedrijven is aangetast.”

Bakker laat onder meer zien hoe marketing in de loop van de vorige eeuw steeds meer begon uit te gaan van het idee dat de klant koning is. Het is niet erg om je zo dienstbaar op te stellen, tenzij je te weinig aandacht hebt voor jezelf.

Na verloop van tijd is het probleem dan ‘dat je geen eigen kompas meer hebt’, zegt hij. “Je staat nergens meer voor en bent dus ook nergens meer op vast te pinnen. Je hebt niet meer een mening omdat je er zelf over hebt nagedacht, maar omdat je denkt dat die mening goed bij anderen valt. Je doet beloftes die gebaseerd zijn op de behoeftes van de buitenwereld, niet op je eigen overtuigingen. Wat waar is of naar jouw mening belangrijk is, is niet meer leidend, maar wat anderen willen. Mensen voelen dat: ze hebben intuïtief door dat ze ‘naar de mond worden gepraat’ en vertrouwen de zaak niet meer.”

Verbinding tussen het bedrijf en de buitenwereld

Een intern motief daarentegen maakt je consistent. Zolang dat interne motief er is, zal de buitenwereld kunnen inschatten waar je staat in bepaalde kwesties en een idee hebben van de koers die je vaart. Om bij de analogie met een schip te blijven: men zal weten waar je ongeveer aankomt, los van de windrichting.”

“Externe motieven moeten niet leidend zijn, maar in balans met en gekoppeld aan het interne motief. Alleen dan kan er verbinding en vertrouwen ontstaan.”

Als voorbeeld noemt Bakker de campagne die BVH ontwikkelde met Klaverblad Verzekeringen (‘Als je maar lang genoeg gewoon blijft, word je vanzelf bijzonder’). “Er kwamen mensen op af die erbij pasten, als klant of om er te werken. Een effect dat zichzelf versterkte. Er was verbinding tussen hoe het bedrijf werkelijk was, hoe het beleefd werd door wie ermee te maken had en hoe het overkwam in de buitenwereld.”

De 4 pijlers van een mentaal gezond merk

Voor organisaties en merken die dat ook voor elkaar willen krijgen, is het de moeite waard om eens te kijken naar Bakkers concept van Brand Sanity. Hij benadrukt dat het nog in ontwikkeling is, maar het bestaat alvast uit deze 4 pijlers:

  • Heelheid
  • Zelfkennis
  • Intrinsieke motivatie
  • Verwantschap

Een bedrijf met een ‘mentaal gezond merk’ is dan een bedrijf dat, kort gezegd…

  • voor zichzelf in essentie hetzelfde is als voor de buitenwereld
  • weet wat het die buitenwereld te bieden heeft omdat het zichzelf kent
  • een gevoel van richting ervaart omdat het dicht bij haar beweegredenen blijft
  • een goede relatie met de buitenwereld onderhoudt, want zonder ben je nergens.

Ik zie parallellen met de aanpak van Ruben Blom, met wie ik samenwerk. Hij zoekt het in de verhalen die leven in een organisatie (of een andere groep mensen). “Als dat verhaal publiek achter zich krijgt, begint er iets te gebeuren dat groter is dan het verhaal en de verteller(s) zelf. Het publiek raakt aan elkaar verbonden door het verhaal. Het verhaal en alle aanverwante narratieven vormen een gedeeld platform. Een platform waarop alle vertellers continu afstemmen hoe ze zich tot elkaar verhouden. Dat geeft hun inzicht in identiteit, gedrag en richting.”

Ook daarin vind je een manier om interne en externe motieven met elkaar in balans te brengen. Het is een spannende zoektocht, maar eentje die de moeite waard is. Je rol in de wereld wordt een stuk duidelijker, medewerkers kunnen zich makkelijker onderdeel voelen van je missie, klanten zien weer waarom ze bij jou moeten zijn.

En je tekstschrijver hoeft veel minder te worstelen met al die pittige vragen 🙂

Je kunt ‘Brand Sanity’ gratis aanvragen (als er nog exemplaren zijn!).

“Man, sometimes it takes you a long time before you sound like yourself.” – Miles Davis

Interview – De muziek van Moods zit vol echte liefde

Thuis in Middelburg begon hij beats te maken toen hij 12 was. Nu, zo’n veertien jaar later, is hij een veelgevraagd producer en komt zijn debuutalbum eraan. Hoog tijd om eej! te zeggen tegen Nick a.k.a. Moods.

Dat deden we tijdens een kop koffie in hartje Rotterdam. Een gesprek over overleven in de supermarkt, optreden van Keulen tot Marrakesh, en mensen die elkaar vonden dankzij zijn muziek.

Dit stuk verscheen in editie 3 van eej! magazine.

Vrije val

“Een jaar of acht geleden ben ik van Middelburg naar Rotterdam verhuisd om naar het Grafisch Lyceum te gaan. Toen ik de opleiding Grafisch Vormgeven had afgerond, wou ik verder naar de Kunstacademie. Ik wilde doorleren voor illustrator, maar ik werd niet aangenomen,” vertelt Nick met zijn handen om een cappuccino. “Ik vroeg me af: zal ik dit jaar wijden aan het verbeteren van mijn portfolio en het nog eens proberen, of ga ik me richten op mijn muziek?”

Het mag duidelijk zijn: het werd de muziek. “Maar daar kon ik nog geen inkomsten mee genereren. Ik belandde in een supermarkt waar ik 32 uur in de week ging werken. De muziek vroeg ook veel tijd en dat was lastig te combineren, ik raakte oververmoeid. Op een gegeven moment ging ik een dag minder werken, net toen mijn muziek meer aandacht begon te krijgen. Sinds dat moment is er eigenlijk een stijgende lijn. Ik vond het ook niet erg toen mijn contract bij de supermarkt niet werd verlengd. Het lijkt dan of je een vrije val maakt, maar ik was aan het vliegen.”

Positieve energie

“Ik vraag niet veel van het artiestenleven. Het enige wat ik hoop is dat ik zonder financiële stress kan leven, zodat ik alle tijd heb voor de muziek. Mijn doel is om mijn luisteraars positieve energie te geven. Ik maak meestal muziek die best uplifting is.”

“Mijn eerste beat maakte ik toen ik 12 was. De eerste drie jaar maakte ik echt de meest afgrijselijke muziek ooit,” zegt hij lachend. “Mijn broer Sean was altijd mijn klankbord. Dan vroeg ik hem of hij mijn beats wilde luisteren en was hij heel enthousiast. Vijf jaar later zei hij ‘ik vond het eigenlijk echt niks, maar dat wou ik toen niet zeggen’. Mede dankzij hem ben ik er vol voor gegaan. Ik was ook veel met skateboarden en graffiti bezig, maar muziek werd toch het belangrijkst. Sinds kort is het echt mijn job. Dat is wel bijzonder.”

Creatief proces

Wanneer is hij op zijn best als producer? Nick vertelt dat hij het liefst ’s nachts werkt. “Als de wereld stil ligt – in ieder geval voor mijn gevoel. Tegenwoordig probeer ik ook wel een beetje structuur in de week te brengen en ’s ochtends op tijd eruit te gaan. Het is wel lastig, want als je ’s avonds geïnspireerd raakt, waarom zou je het dan negeren en naar bed gaan? Je kunt het ook accepteren en volle bak toffe dingen maken.”

“Rotterdam is een stad met een grote drive. Er zijn zo veel mensen hier die mooie dingen maken, mensen die echt iets willen neerzetten.”

Dan de andere kant van het creatieve proces: wat is het meest uitdagend? “De belangrijkste uitdaging is toch wel om mezelf tevreden te houden. Hoe kan ik muziek maken die vernieuwend is en ook interessant voor mezelf? Natuurlijk denk ik ook aan de luisteraar, maar het begint bij mezelf. Ik probeer nieuwe wegen te zoeken om op nieuwe ideeën te komen.”

“Ik maakte heel lang hiphopbeats maar na een tijdje wilde ik meer. Het heeft me wel een goede basis gegeven. Ik heb er een soort edgy sound aan overgehouden. Soms zeggen mensen tegen me dat ze muziek van mij kunnen herkennen aan de drums. Dat heb ik geleerd van hiphop, van het samplen. Het is mooi dat dat iets blijft betekenen.”

Hiphop en frisse lucht

Zijn grote invloeden? “Vroeger waren dat vooral de bekende producers uit de hiphop. DJ Premier, J Dilla, Buckwild, DJ Babu van Dilated Peoples. Na een tijd had ik het gevoel dat ik begreep hoe ze werken en waar de sound vandaan komt. Toen ben ik vanuit hiphop dieper in de oude soulmuziek gedoken, omdat dat veel gesampled wordt. Nu haal ik ook inspiratie uit de meest vage muziek, van bijna spirituele ambient tot knetterharde house. Maar ook uit popmuziek. Je kunt altijd nieuwe ingevingen krijgen door andere genres te checken.”

“Rotterdam inspireert me ook. Het is een stad die veel voor me betekent. Ik kom uit Zeeland en daar voelde ik al de vonk van de muziek, maar hier heb ik het verder uitgebouwd. Rotterdam is een stad met een grote drive. Er zijn zo veel mensen hier die mooie dingen maken, mensen die echt iets willen neerzetten. Het is een omgeving die hard gaat en daar ga je al gauw in mee. Maar daarom ga ik af en toe ook graag terug naar Middelburg. Even frisse lucht happen en met je poten op aarde landen.”

In de rest van het interview vertelt Nick over zijn samenwerking met Boogie Angst (het label van Kraak & Smaak), het werken aan zijn debuutalbum, het eigenhandig opbouwen van een enorme online fanbase, en wat hij leerde van zijn eerste optredens in het buitenland.

Met dank aan Moods en eej! magazine.